Je hebt het waarschijnlijk wel gezien: je zet een saturatiemeter op je vinger, en meteen beginnen er kleine lampjes te knipperen.
▶Inhoudsopgave
Eén keer rood, dan een licht dat je bijna niet ziet, en weer rood. Wat gebeurt daar eigenlijk? En waarom doet het apparaat dat precies? Het antwoord is best fascinerend, en gelukkig ook best simpel uit te leggen.
Het basisidee achter een saturatiemeter
Een saturatiemeter meet hoeveel zuurstof er zit in je bloed. Dat doet het door licht door je vinger (of je oorlelje) te schijnen.
Het apparaat heeft twee kleine lichtbronnen: één rode LED en één infrarood LED. Die infrarood is onzichtbaar voor ons oog, maar de sensor aan de andere kant van je vinger kan het wél meten. De kern van de techniek zit in het feit dat zuurstofrijk bloed en zuurstofarm bloed licht anders absorberen.
Zuurstofrijk hemoglobine absorbeert relatief veel infrarood licht en laat relatief veel rood licht door. Zuurstofarm hemoglobine doet het precies andersom: die absorbeert meer rood licht en laat meer infrarood door.
Door afwisselend rood en infrarood licht te schijnen en te meten hoeveel aan de andere kant binnenkomt, kan het apparaat berekenen welk percentage van je hemoglobine daadwerkelijk zuurstof vervoert.
Dat percentage is je zuurstofsaturatie, of SpO2.
Waarom knipperen de lampjes precies afwisselend?
Het afwisselend knipperen is geen toeval. Het is de manier waarop het apparaat onderscheid kan maken tussen de twee soorten licht.
Stap 1: De rode LED gaat aan
De werking gaat in drie stappen: Eerst schijnt de rode LED. De sensor meet hoeveel rood licht door je vinger komt.
Stap 2: De infrarood LED gaan aan
Maar op dit moment meet hij ook invloed van je weefsel, je botten, je huidskleur en al het bloed dat niet klopt bij de meting. Dat is nog geen bruikbaar cijfer op zichzelf. Daarna schakelt de rode LED uit en gaat de infrarood LED aan.
Stap 3: Beide LEDs gaan even uit
Nu meet de sensor hoeveel infrarood licht door je vinger komt. Ook hier zit weer ruis van weefsel en andere factoren in de meting.
Tussen de metingen door gaan beide LEDs even uit. In die korte donkermeting meet de sensor alleen de achtergrondlicht in de kamer. Zo kan het apparaat die achtergrondlicht eraf trekken en een schone meting maken. Dit hele ritme, rood-infrarood-uit, herhaalt zich tientallen keren per seconde. Snel genoeg om in realtime je saturatie te volgen, zelfs als je hartslag varieert.
Waarom juist rood en infrarood?
De keuze voor deze twee kleuren is niet willekeurig. Rood licht heeft een golflengte van ongeveer 660 nanometer, en infrarood licht heeft een golflengte van ongeveer 940 nanometer.
Dat zijn precies de golflengtes waarbij zuurstofrijk en zuurstofarm hemoglobine het verschilsterk absorberen. Bij 660 nm absorbeert zuurstofarm hemoglobine ongeveer tien keer meer licht dan zuurstofrijk hemoglobine. Bij 940 nm is het precies omgekeerd.
Dat grote verschil maakt de meting betrouwbaar en nauwkeurig. Andere golflengtes zouden veel minder verschil laten zien en dus een veel minder nauwkeurig resultaat geven.
Wat tekenen de lampjes precies?
Als je goed kijkt, zie je dat de rode LED het felst knijpt.
Dat is logisch, want rood licht is zichtbaar voor ons oog. De infrarood LED knijpt ook, maar die zie je nauwelijks omdat infrarood licht buiten het zichtbare spectrum valt. Toch werkt die LED even hard en is de meting even belangrijk.
Sommige apparaten, zoals de Nonin en Masimo saturatiemeters die veel worden gebruikt in de thuiszorg en ziekenhuizen, hebben naast de rode en infrarood LED ook extra LEDs voor bijvoorbeeld nog nauwkeurigere metingen bij slechte doorbloeding. Maar het basisprincipe blijft hetzelfde: afwisselend meten, vergelijken, en berekenen.
Waarom zie je soms een pulserende lijn op het scherm?
Naast de saturatie toont je meter vaak ook een pulserende grafiek, het zogenaamde plethysmogram. Die grafiek ontstaat omdat het apparaat niet alleen meet hoeveel licht er door je vinger komt, maar ook hoe dat verandert met elke hartslag. Als je hart klopt, stroomt er even extra bloed door je vinger, wat direct verbonden is met je ademhaling en zuurstofopname.
Dat betekent dat er even meer licht wordt geabsorbeerd. Tussen de hartslagen door is er minder bloed en wordt er minder licht geabsorbeerd.
Die kleine schommelingen vormen de golf op je scherm. Het apparaat gebruikt dit signaal zowel om je hartslag te bepalen als om te controleren of de meting betrouwbaar is.
Wat als de lampjes niet goed knipperen?
Soms zie je dat het signaal onregelmatig wordt of dat de saturatie niet goed wordt weergegeven.
Dat kan verschillende oorzaken hebben. Koude vingers, nagellak, beweging of een slechte positie van de sensor kunnen allemaal zorgen voor een zwak signaal.
De meeste kwaliteitsmeters geven dan ook een signaalsterkte-indicatie weer. Als die laag is, is het verstandig om je vinger even warm te maken, de nagellak eraf te halen of de sensor net iets anders te plaatsen. Een goede meting begint met een sterk signaal, en dat signaal begint met die kleine lampjes die netjes afwisselend knipperen.
Kort samengevat
De afwisselende rode en infrarood lampjes in je saturatiemeter zijn de basis van hoe het apparaat werkt.
Door beide lichtbronnen om en om te gebruiken en te meten hoeveel licht door je vinger komt, kan het apparaat berekenen hoeveel zuurstof in je bloed zit. Het is een slimme, elegante oplossing die al decennia betrouwbaar werkt, van het ziekenhuis tot aan je nachtkastje.
Veelgestelde vragen
Wat is het doel van het afwisselend knipperen van de lampjes op een saturatiemeter?
Het afwisselend knipperen van de rode en infrarood LED's is essentieel voor een nauwkeurige meting.
Kan nagellak de meting van mijn zuurstofsaturatie beïnvloeden?
Door afwisselend deze twee soorten licht te gebruiken, kan de sensor de verschillen in lichtabsorptie door zuurstofrijk en zuurstofarm bloed effectiever detecteren, waardoor een betrouwbare meting van je SpO2 mogelijk is. Ja, nagellak kan de meting van je zuurstofsaturatie beïnvloeden, vooral het rode LED-licht. De nagellak absorbeert een deel van het rode licht, waardoor de sensor minder nauwkeurige gegevens kan verzamelen.
Waarom worden rood en infrarood licht gebruikt in een pulsoximeter?
Het is daarom aan te raden om nagellak te verwijderen voordat je een saturatiemeting uitvoert. Pulsoximeters gebruiken rood (660 nm) en infrarood (940 nm) licht omdat deze golflengtes optimaal zijn voor het detecteren van verschillen in de manier waarop zuurstofrijk en zuurstofarm hemoglobine licht absorberen.
Welke vinger is het meest geschikt voor het meten van mijn zuurstofsaturatie?
Deze specifieke golflengtes zorgen voor een betrouwbare en nauwkeurige meting van je zuurstofsaturatie.
Wat is de functie van de rode LED op een pulsoximeter?
De wijsvinger is vaak de meest gebruikte vinger voor het meten van je zuurstofsaturatie, omdat deze over het algemeen een goede doorbloeding heeft. Een goede doorbloeding is belangrijk, omdat zuurstofrijk bloed een betere meting geeft dan zuurstofarm bloed. Zorg ervoor dat de vinger goed is aangezet voor een betrouwbaardere meting. De rode LED op een pulsoximeter zendt rood licht (660 nm) uit dat wordt gebruikt om de absorptie van licht door het bloed te meten.
Deze absorptie verandert afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof in het bloed, waardoor de saturatie gemeten kan worden. Het rode licht wordt ook beïnvloed door pigmenten in de huid, wat rekening gehouden moet worden bij de interpretatie van de meting.