Saturatiemeters in de thuiszorg

Hoe bespreek je de saturatiewaarden van je naaste met de huisarts

Sophie van Dijk Sophie van Dijk
· · 7 min leestijd

Je meet thuis de saturatie van je naaste, en de waarden zien er niet helemaal goed uit. Maar hoe breng je dat precies onder de aandacht van de huisarts?

Inhoudsopgave
  1. Waarom het zo belangrijk is om goed te communiceren over saturatie
  2. Meet eerst zelf goed en betrouwbaar
  3. Hoe bewaar je de meetgegevens op een handige manier?
  4. Wat zijn alarmbellen die je moet noemen?
  5. Hoe zet je het gesprek met de huisarts op een rijtje?
  6. Samenwerken met de huisarts werkt het beste
  7. Veelgestelde vragen

En wat zeg je dan eigenlijk? Geen zorgen, met de juiste aanpak kom je een stuk beter uit de gesprekken.

We nemen je mee door alles wat je moet weten.

Waarom het zo belangrijk is om goed te communiceren over saturatie

Saturatie zegt iets over hoeveel zuurstof er in het bloed zit. Voor een gezond persoon ligt dat meestal tussen de 95 en 100 procent.

Bij mensen met bijvoorbeeld COPD of een longziekte kan dat lager zijn, en dan is het extra belangrijk om de waarden goed bij te houden. Maar hier schuilt een valkuil. Veel mensen meten thuis, schrijven wat cijfers op, en komen bij de huisarts met een lijstje.

Alleen, zonder context zijn die cijfers lastig te interpreteren. De huisarts wil meer weten dan alleen een getal.

Hoe voelt je naaste zich? Wanneer is gemeten? Was er iets bijzonders aan de hand? Die informatie maakt het verschil tussen een productief gesprek en een gesprek waar je met weinig antwoorden weer naar huis gaat.

Meet eerst zelf goed en betrouwbaar

Voordat je naar de huisarts gaat, is het essentieel dat je thuis op de juiste manier meet.

De juiste meetomstandigheden

Want als de metingen niet betrouwbaar zijn, heeft ook het gesprek met de huisarts minder waarde. Was eerst je handen.

Verwijder nagellak of gelnagels, want die kunnen de meting verstoren. Zorg dat de vingers warm zijn, want koude vingers geven vaak te lage waarden. Laat je naaste minimaal vijf minuten rustig zitten of liggen voordat je meet. Meet niet direct na inspanning, niet net na het wakker worden, en niet in een koude of donkere kamer.

Welk apparaat gebruik je?

Een betrouwbare saturatiemeter is het halve werk. Merken zoals Nonin, Contec en Beurer bieden pulsoximeters die geschikt zijn voor thuisgebruik.

Let bij aanschaf op een CE-markering en of het apparaat geschikt is voor de doelgroep. Sommige meters zijn speciaal ontworpen voor kinderen, anderen voor volwassenen met circulatieproblemen. Een goede meter meet zowel de saturatie als de hartslag, en geeft een duidelijk leesbaar signaal over de kwaliteit van de meting.

Hoe bewaar je de meetgegevens op een handige manier?

Ga niet zomaar met losse cijfers naar de huisarts. Houd een logboek bij, en wel een gestructureerd een.

Noteer bij elke meting het tijdstip, de saturatiewaarde, de hartslag, en eventuele opmerkingen over hoe je naaste zich voelt. Volg hiervoor een vast meetprotocol voor saturatie. Bijvoorbeeld: "14.30 uur, saturatie 91 procent, hartslag 88, kortademig bij het oprapen van een tas." Die context is goud waard. De huisarts kan dan patronen herkennen.

Is de saturatie 's ochtends lager dan 's avonds? Daalt de waarde bij inspanning?

Zijn er dagen waarop het consistent slechter gaat? Je kunt hiervoor een simpel spreadsheetje gebruiken, een notitieboekje, of zelfs een app op je telefoon.

Het belangrijkste is dat je het consequent doet. Een week aan goede metingen zegt meer dan een maand aan losse waarden.

Wat zijn alarmbellen die je moet noemen?

Niet elke lage saturatie is direct gevaarlijk, maar er zijn situaties waarop je de huisarts snel moet bellen.

Wees extra alert bij de volgende signalen: De saturatie daalt onder de 90 procent en blijft daar. Je naaste wordt steeds kortademiger bij normale activiteiten. Er is sprake van een blauwe verkleuring van de lippen of vingertoppen. Je naaste is verward, slaperig of moeilijk te wekken.

De hartslag is aanhoudend boven de 100 in rust. Als je dit soort signalen ziet, wacht dan niet tot de volgende afspraak.

Bel de huisarts of de dienstpost. En als het echt acuut is, bel 112.

Hoe zet je het gesprek met de huisarts op een rijtje?

Je hebt je metingen, je hebt je observaties. Nu is het tijd voor het gesprek.

Begin met het grote plaatje. Vertel waarom je meet, wat de medische achtergrond van je naaste is, en wat je de afgelopen tijd hebt opgemerkt. Laat het logboek zien.

Vraag specifiek naar de doelwaarden voor je naaste. Want die zijn niet voor iedereen hetzelfde.

Iemand met ernstig COPD heeft een ander bereik dan iemand die herstelt van een longontsteking. Wil je weten hoe je een saturatiemeter gebruikt als mantelzorger? Vraag ook wat de drempel is voor actie.

Bij welke waarde moet je bellen? Wanneer is een bezoek aan de spoedpost nodig?

En vraag om duidelijke afspraken over vervolg. Moet je blijven meten? Hoe vaak?

Ontdek ook hoe een saturatiemeter rust geeft aan mantelzorgers tijdens de nacht, en of er een rol is weggelegd voor de praktijkondersteuner of de longverpleegkundige. Hoe krijg je door de huisarts feedback op de metingen die je doorstuurt?

Samenwerken met de huisarts werkt het beste

De beste zorg ontstaat wanneer je als mantelzorger en de huisarts als team samenwerken. Jij ziet thuis wat er elke dag gebeurt.

De huisarts heeft de medische kennis om dat te interpreteren. Als je die twee goed combineert, krijg je het beste uit de zorg voor je naaste.

Dus meet zorgvuldig, houd je gegevens netjes bij, en ga met een duidelijk plan naar het gesprek. Zo haal je het maximale uit elk bezoek aan de huisarts, en zorg je dat je naaste de beste ondersteuning krijgt.

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik mijn saturatie betrouwbaar meten?

Om een accurate meting te krijgen, is het belangrijk om eerst minstens vijftien minuten rustig te zitten. Zorg ervoor dat je vingers niet koud zijn, want dat kan de meting beïnvloeden.

Wat is een goede saturatie voor ouderen?

Gebruik een betrouwbare saturatiemeter, zoals die van Nonin, Contec of Beurer, en let op de CE-markering en geschiktheid voor de doelgroep.

Hoe hoog moet de saturatie zijn bij een kind?

De normale zuurstofsaturatiewaarde ligt tussen de 95 en 99%. Voor ouderen met longproblemen die extra zuurstof krijgen, is een streefwaarde van 92-93% aan te bevelen. Houd er rekening mee dat afwijkende waarden altijd door een arts moeten worden beoordeeld.

Hoe merk je dat je zuurstofgehalte te laag is?

Net als bij volwassenen ligt de normale zuurstofsaturatie bij kinderen meestal tussen de 95 en 100%. Het is belangrijk om veranderingen in de saturatie van een kind nauwlettend in de gaten te houden en bij twijfel contact op te nemen met een arts.

Wat zijn de best geteste saturatiemeters?

Lage zuurstofsaturatie kan zich uiten in symptomen zoals kortademigheid, vermoeidheid, duizeligheid en een bleekheid van de huid. Het is cruciaal om deze signalen serieus te nemen en direct contact op te nemen met een arts of zorgverlener voor verdere beoordeling. Er zijn verschillende betrouwbare saturatiemeters beschikbaar, waaronder de Nonin Onyx Vantage 9590, de Choicemmed MD300C2 en de Omron P300 Intelli IT. Deze meters bieden vaak extra functies zoals Bluetooth-connectiviteit en een duidelijke leesbaarheid, maar het is belangrijk om te kiezen voor een apparaat dat geschikt is voor de specifieke behoeften van de gebruiker.


Sophie van Dijk
Sophie van Dijk
Gespecialiseerd verpleegkundige in de thuiszorg

Sophie is een ervaren verpleegkundige met expertise in zuurstofmeting en thuiszorg.

Meer over Saturatiemeters in de thuiszorg

Bekijk alle 13 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe gebruik je een saturatiemeter als mantelzorger van iemand met COPD
Lees verder →